Reglement

Wedstrijdreglement FNRS-ruiteropleidingen
(per: maart 2009)

FNRS-ruiters:

Algemeen

Artikel 1

Kledingvoorschriften van de ruiter:

  1. Het veiligheidshoofddeksel dient CE-EN 1384 gekeurd te zijn (ook verplicht bij het losrijden of inspringen).
  2. Rij-jasje + plastron/stropdas + witte blouse + witte handschoenen + witte rijbroek (compleet wedstrijdtenue), of manegesweater/ manegebodywarmer / effen sweater /witte blouse met lange mouwen + rijbroek.
  3. Bij het officiële wedstrijdtenue zijn witte handschoenen verplicht. Bij het andere tenue zijn handschoenen niet verplicht, maar indien men ze wel draagt, dienen deze wit te zijn.
  4. Rijlaarzen, rubber of leer of jodphurschoenen in combinatie met minichaps (zonder franjes).
  5. De maximale toegestane lengte karwats is 75 cm, een dressuurzweep voor pony’s mag maximaal 100 cm en voor paarden 130 cm lang zijn, inclusief slag.
  6. Ruiters die deelnemen aan de FNRS proevendagen dienen vóór het rijden van de proef hun (geldige) Ruiterpaspoort in te leveren bij het secretariaat.
  7. Het Ruiterpaspoort is vanaf de aanvraagdatum voor één jaar geldig.
  8. Na het eerste jaar is het Ruiterpaspoort geldig vanaf het plaatsen van de jaarzegel voor het nieuwe jaar en nadat de manegehouder zijn bedrijfsstempel over de jaarzegel heeft geplaatst.
  9. Indien de deelnemer niet aan sub a t/m h van dit artikel voldoet, kan er niet gestart worden door de betreffende ruiter.
  10. Overmatig of verkeerd gebruik van zweep/karwats/teugels en/of sporen wordt bestraft met een waarschuwing. Na één waarschuwing volgt uitsluiting.


Artikel 2

  1. Het paard dient te zijn opgetoomd met een deugdelijk, goed passend en in behoorlijke staat van onderhoud verkerend zadel, hoofdstel en bit (trensoptoming).
  2. Beenbeschermers, sporen en hulpteugels (mits goed afgesteld), zijn alleen toegestaan met toestemming van de manegehouder.
  3. Vanaf proef F12 is alleen het gebruik van een martingaal (mits goed afgesteld) toegestaan.


Dressuur

Artikel 3

  1. Iedere proef heeft een A en B versie. De organisatie bepaalt welke proef en welke versie er worden gereden.
  2. Nieuwe ruiters mogen uitsluitend instromen in de proeven F1 tot en met F6.
  3. Doorstroom naar KNHS klasse B dressuur is mogelijk na het behalen van het F8 diploma. Na het behalen van het F12 diploma kan er doorgestroomd worden naar de KNHS klasse B of L1 dressuur. Manegeruiters kunnen hiervoor een persoonsgebonden (niet combinatiegebonden) ‘manegestartkaart’ aanvragen bij de KNHS.


Artikel 4
De onderdelen in dressuur worden gewaardeerd van 0 tot en met 10.
0. = niet uitgevoerd
1. = zeer slecht
 2. = slecht
3. = tamelijk slecht
4. = onvoldoende
5. = matig
6. = voldoende
7. = tamelijk goed
8. = goed
9. = zeer goed
10. = uitmuntend

Artikel 5
Een vergissing in de proef wordt bestraft:
- 1e maal = 2 punten aftrek
- 2e maal = 4 punten aftrek (totaal –6)
- 3e maal = 8 punten aftrek (totaal –14)
- 4e maal = uitsluiting
(Gang- of overgangsfouten zijn geen vergissingen in de proef. Deze komen in het betreffende cijfer tot uitdrukking.)

Artikel 6

  1. Na een val van een paard/pony of ruiter volgt geen uitsluiting. Dit wordt in het cijfer voor het betreffende onderdeel tot uitdrukking gebracht.
  2. Buiten de ring komen wordt beoordeeld als een vergissing.


Artikel 7

  1. Bij de F-proeven komt men in aanmerking voor een promotiepunt (PP) als men 210 protocolpunten of meer behaalt.
  2. Bij de F1 en F2 is 1 PP nodig om door te mogen naar de volgende proef. Bij de F3 t/m F8 zijn minimaal 3 PP’s en maximaal 5 PP’s nodig om door te gaan naar de volgende proef. Bij de F9 t/m F20 zijn minimaal 3 PP’s en maximaal 5 PP’s nodig om door te gaan naar de volgende proef.
  3. Aan alle even F-proeven zijn FNRS-diploma’s verbonden.
  4. Het diploma wordt toegekend indien de praktijk en de theorie beiden voldoende zijn, met een maximaal van 3 fouten in de theorie-examen. Indien er in het theorieexamen meer dan 3 fouten worden gemaakt, moet het theorie-examen overgemaakt worden. Indien er de tweede keer weer geen voldoende wordt behaald, moet het geheel overgedaan worden (dus de proef en het theorie-examen).
  5. Bij de volgende F-proeven behoren theorie-examens: F2, F4, F6 en F10.


Vaardigheid (Va) en Oefenspringen (Os)

Artikel 8

  1. Bij de Va- en OS-proeven komt men in aanmerking voor een promotiepunt (PP) als men 180 protocolpunten of meer behaalt.
  2. Men moet minimaal 2 PP’s behalen voor iedere proef.
  3. Na het behalen van 1 PP in de F4 mag een ruiter instromen in de Va1-proef.
  4. Na het behalen van het F4-diploma mag de ruiter naar keuze instromen in Va1- of direct in de Va2-proef.
  5. Na het behalen van het Va2-diploma mag een ruiter opgaan voor de OS1-proef.


Artikel 9

  1. Aan de even Va-proef en de even OS-proef zijn FNRS-diploma’s verbonden.
  2. Na het behalen van minimaal de tweede PP in één van deze even proeven, ontvangt de ruiter een diploma.
  3. Het diploma wordt toegekend als het vereiste aantal protocolpunten voor een PP behaald is (zie art. 15).


Artikel 10

  1. De advieshoogte van de sprongen bij vaardigheid en oefenspringen zijn als volgt:
    - Va1 hoogte 40 cm
    - Va2 hoogte 50 cm
    - OS1 hoogte 50-60 cm
    - OS2 hoogte 50-60 cm
  2. Indien nodig mag de manegehouder het desbetreffende parcours naar eigen inzicht verlagen voor kleine pony’s.

Artikel 11
Een vergissing of een fout bij vaardigheidsproeven en oefenspringen met betrekking tot springen en doorgangen wordt bestraft:

  • eerste weigering op een hindernis = 2 punten aftrek. - tweede weigering op dezelfde hindernis = 2e maal 2 punten aftrek (totaal –4).
  • derde weigering op dezelfde hindernis = 3e maal 2 punten aftrek én een 0 en doorgaan naar het volgende onderdeel in de proef (aftrek voor de weigeringen is totaal –6 en een 0 omdat de hindernis niet gesprongen is) -
    bij de tweede maal 3 keer weigeren op dezelfde hindernis volgt uitsluiting. - afwerpen van de bovenste balk = 2 punten aftrek.
  • buiten de ring komen wordt beoordeeld als een dressuurmatige vergissing.
  • een vergissing of een fout bij vaardigheidsproeven met betrekking tot de dressuur wordt als volgt bestraft: eerste = 2 punten aftrek, tweed = 4 punten aftrek, derde
    = 8 punten aftrek en vierde is uitsluiting (zie artikel 10).
  • het nemen van een verkeerde hindernis geldt als een dressuurmatige vergissing.
  • één of meerdere afgeworpen balletje(s) per onderdeel = –2*.

* Indien een paard/pony met de staart het balletje eraf zwiept wordt dit niet als strafpunt aangemerkt. De jury beslist hierover.